Deze site gebruikt cookies als je geregstreerde gebruiker bent en inlogt

Artikelindex

80 jaren oorlog...

De eerste leden van de familie Roelands worden pas gesignaleerd in de periode van het laatste deel van de 80-jarige oorlog. De familie Boeren vinden we pas terug ruim na het einde van de lange oorlog. Misschien is het juist vanwege de oorlog en de regelmatige uitbraken van epidemieën (“de pest”) dat de sporen van de vroegere families moeilijk te vinden zijn.

Tekening van de Slag bij HeiligerleeWe gaan voor een goed begrip toch nog even terug naar het begin van de schermutselingen, als we het zo mogen noemen. Eignlijk zouden we tegenwoordig, deze oorlog een opstand of onafhankelijkheidsstrijd noemen. Oorlogvoeren gebeurde heel anders dan in onze tijd. Er was vooral een grote opeenvolging van veldslagen en belegeringen, waar tussen de troepen zich verplaatsten naar de volgende plaats van treffen met de vijand.

De krijgshandelingen gebeurden door “gespecialiseerde troepen” die weren omringd door heel wat ondersteunend personeel, inclusief vrouwen en kinderen. Onderweg werden dorpen en steden lastiggevallen, om het zacht uit te drukken, de troepen moesten bevoorraad worden en liefst tegen lage kosten, want de edelen die de leiding hadden betaalden liefst zelf zo weinig mogelijk.

De legers betonden uit edelen vanuit de elite van de strijdende partijen als officieren en voetvolk bestaande uit huurlingen uit allerhande landen, die dat voor het geld deden, omdat er met gewoon werk weinig toekomst was in het land van herkomst. De gevechten kenden vaak een soort winterstop.. Het begin van die oorlog zou de slag bij Heiligerlee in Groningen zijn in 1568, zo wordt in Nederlandse kringen aangenomen. Die slag was een overwinning voor de "staatsen" onder leiding van Lodewijk en Adolf van Nassau, jongere broers van Willem van Oranje-Nassau. Andere partijen nemen een ander beginpunt.

Even later verenigden alle gewesten (behalve Luxemburg) zich in de Unie van Brussel tegen de aanwezigheid van de Spaanse troepen. Op deze manier wist Brabant in samenwerking met Willem van Oranje de gematigde en radicale opstandelingen te verenigen. De nieuwe landvoogd, Don Juan van Oostenrijk, moest zwichten voor deze massale opstand en liet zijn troepen terugtrekken naar het Spaansgezinde Luxemburg na de ondertekening van het Eeuwig Edict.
Maar de vrede is van korte duur en na de verovering van de Citadel van Namen op 24 juli 1577 en de volledige vernietiging van het staatse leger in de Slag bij Gembloers op 31 januari 1578, wist Don Juan de stad Leuven te veroveren. Brabant was toen sterk verzwakt, en in sommige steden braken gevechten los tussen calvinisten en katholieken.

In het laatste deel van de oorlog woedt er tegelijkertijd een ander langdurig conflict heel Europa, waardoor de strijdende partijen de troepen en aadacht moeten verdelen. Deze 30 jarige oorlog had vooral politieke-religieuze motieven en begon in 1618.  Ook aan dit conflict kwam een einde in 1648 met de vrede van Westfalen. Na 80 jaren oorlog in de Nederlanden wordt de vrede in Munster getekend in 1648, de partijen waren meer dan oorlogsmoe. De oorlogshandelingen gebeurden over een groot deel van het grondgebied van de Nederlanden, waarbij het huidige grondgebied van België en Frans Vlaanderen ook grotendeels moeten worden gerekend. De reden van de strijd was enerzijds het streven van een aantal edelen en steden om onafhankelijk te worden van de Spaanse overheersing en anderzijds ook een vrijere godsdienstbeleving, meer onafhankelijk van het instituut van de Rooms Katholieke kerk. Bij dit laatste waren de opkomst van diverse protestantse stromingen van groot belang. Een van de belangrijke leiders van de opstand tegen de Spaanse koning Filips II was Willem van Oranje geschilderd door Anthonie Mor omstreeks 1554 320x412Willem van Oranje-Nassau, die veel later de vader des vaderlands zou worden genoemd. Hij werd prins van Oranje (Orange, Frankrijk) door een erfenis van zijn kinderloze neef René van Chalon. Op de afbeelding hiernaast een geografisch overzicht van de machtsverdeling in het begin van de 80-jarige oorlog. De unie van Atrecht (Arras, Frankrijk) was een alliantie van een aantal edelen met de Spaanse landvoogd en veldheer Alexander Farnese hertog van Parma die zich verzoenden. Een belangrijke bepaling binnen die unie was dat de katholieke godsdienst de enige zo zijn die toegelaten. Als reactie daarop omstond in het noorden de unie van Utrecht. Ook Breda sloot zich bij deze laatste Unie aan. Een broer van Willem van Nassau, Jan van Nassau, speelde een belangrijke rol bij het tot stand komen van de unie van Utrecht. De Unie van Utrecht was grotendeels een protestantse aangelegenheid, waarbij later ook katholieke gebieden zich aansloten. De troepen die de gevechten uitvoerden, waren huurlingen, die vaak gingen plunderen in de omgeving van de slagvelden, zeker als er een tijd geen soldij of voedsel kwam. De gewone mensen waren daarvan vaak het slachtoffer. De partij die na het gevecht, al dan niet tijdelijk aan de macht kwam, moest door extra belastingen en leveringen in natura van vlees, graan, hooi en stro de eigen troepen op de been houden. Ook werden er wel afkoopsommen betaald om plunderingen te voorkomen. Daarvan zijn in de boekhoudingen van de schepenbanken, de "gemeentebesturen" van die tijd,  heel wat sporen terug te vinden.

In de streek van de familie Roelands en Boeren had de oorlog en wat daarbij hoorde ook zo zijn gevolgen. Er werd een tijdslijn met gebeurtenissen gevonden bij de heemkundige kring Amalia van Solms in Baarle.

De Unies van Utrecht en Atrecht wikiTijdens de eerste helft van de 80-jarige oorlog hebben de boeren het zwaar te verduren. In Hoogstraten kwijnt de wolweverij weg: wevers sterven of wijken uit. Ook de handel ondervindt veel hinder. Hoogstraten ligt aan een belangrijke verbindingsweg tussen Vlaanderen en de Hanzesteden. De eerste helft van de oorlog heerst er veel ellende. Jonker Jan van Treslong laat protestantse hageprekers toe  op zijn hoeve in Minderhout. Zij komen zijn huurders bekeren tot het nieuwe geloof. Van Treslong wordt daarvoor in Brussel onthoofd, mogelijk ook als vergelding voor het aansluiten bij de opstandige “Staatse” edelen. Een wel heel rigoreuze straf! De ontevredenheid over het bestuur van Alva wordt groter omdat deze zijn belastingsplannen weer opvatte (de honderdste penning éénmalig op alle bezit, de twintigste penning telkens bij de verkoop van onroerende goederen en de tiende penning bij het verkopen van roerende goederen). De pest heerst in Turnhout rond 1570 en kost velen het leven.

Den Briel wordt veroverd op Fernando Alvarez de Toledo by Antonio Moro (Alva)Alva op 1 april in 1572. In Holland en Zeeland breekt een volksopstand uit. De eerste vrije Statenvergadering komt bijeen. De tocht van Prins Maurits door de Zuidelijke Nederlanden mislukt. Don Frederik, de zoon van Alva, gaat in de tegenaanval naar Gelderland en Holland via de Maas. In Alkmaar wordt hij teruggedreven en moet hij Holland verlaten. Alva wordt vervangen door Requesens in 1573 maar veel verandert dat niet aan het gevoerde beleid. Middelburg wordt op de Spanjaarden veroverd in 1574. Leiden wordt bijna een jaar lang tevergeefs belegerd door de Spanjaarden en heroveren Zierikzee in1576.

De Spaanse troepen zijn al maandenlang niet betaald en beginnen te muiten.Ze kiezen hun eigen leiders, verlaten de bezette plaatsen in het Noorden en trekken naar de Zuidelijke Nederlanden, waar geweldig geplunderd wordt (Spaanse Furie in Antwerpen: 10.000 doden). In 1578 gaat Amsterdam over naar Willem van Oranje. Groei van het Calvinisme werkt de verdeeldheid weer in de hand. Don Juan verslaagt het leger der Staten bij Gemblaux (Walonië).

Artois en Henegouwen sluiten de unie van Atrecht in 1579. Zij verzoenen zich metAlexander Farnese (Hertog van Parma) Parma. Tegelijk sloten de meeste Noordelijke gewesten en de grote steden in Brabant en Vlaanderen de Unie van Utrecht, een militair bondgenootschap. Groningen, Drente en Overijsel kiezen de Spaanse zijde een jaar later. Filips II spreekt de ban uit over Willem van Oranje. Hij belooft zijn moordenaar een grote beloning en een verheffing in de adelstand. Voor zover bekend heeft de moordenaar die beloning nooit ontvangen.

Kasteel Bruheze in Baarle wordt in de zomer van 1581 ingenomen door 40 misnoegde Spanjaarden, de zogenaamde Malcontenten. Ze laten het door de opgeëiste inwoners van Baarle versterken. Van daaruit ondernemen ze akties tegen Breda. De gouverneur van Breda (Van Stakenbroek) bestookt het kasteel zonder succes met twee kanonnen. Kolonel de la Garde overvalt in opdracht van de Staten van Brabant daarop Bruheze met de ruiterij, voetvolk en kornetten. Na een hevige beschieting volgt de Spaanse overgave. Turnhout wordt bezet door het leger van de graaf van Boussu, stadhouder van Holland, Utrecht en Zeeland. Willem van Oranje wordt in Antwerpen gewond bij een aanslag in 1582. In 1584 lukt de moordaanslag wel Prins Willem van Oranje wordt vermoord in Delft door Baltasar Gerards. Gezien de verwondingen waren geen laatste woorden meer mogelijk, hoewel er wel werden toegedicht later. Hij wordt als eerste Oranje in de nieuwe kerk in Delft bijgezet, gezien Breda met het faliliegraf van de Nassaus in Spaanse handen was. Parma verovert Brugge en Gent. Hij maakt zich op voor het beleg van Antwerpen. In 1585 geeft Antwerpen zich over aan Parma. De val van Antwerpen bracht een vluchtelingenstroom naar het noorden op gang. Maar liefst 40.000 sinjoren verlieten hun stad. De Schelde wordt afgesloten zodat de stad wegkwijnt. Uitbreiding van de ordonnantie tegen de pest in Hoogstraten (was er pest uitgebroken of dreigde er een pestepidemie?) Tijdens de oogsttijd van 1587 valt de graaf Karel van Mansveld met zijn leger Hoogstraten binnen. Op elf dagen tijd verdwijnt de gehele oogst in Minderhout. In Meerle, waaar de familie Boeren zijn oorsprog heeft, zijn ongeveer 50 boerderijen onbewoond en gedeeltelijk verwoest. De gronden zijn niet bezaaid. De overgebleven Meerlenaren getuigen op 3 december: "'t dorp is cleyn van inwoonderen, die welcke inwoonderen oic van sobre conditien ende macht syn, mits den affsterven van de ingesetenen, die van miserien ende van den pesten gestorven sijn in grooten getale."

Spanjaardsgat BredaIn februari 1590 werd Maurits benaderd door de schipper Adriaen van Bergen uit Leur. Hij had een plan om de stad in te nemen: als schipper vervoerde hij regelmatig turf naar het Kasteel van Breda, waar de Spaanse troepen gelegerd waren. Omdat hij zo vaak kwam, werd zijn schip niet meer gecontroleerd. Hij zou op deze manier een leger het kasteel binnen kunnen smokkelen. Dit naar het idee van het Paard van Troje. Maurits zag wel wat in het idee en liet Johan van Oldenbarnevelt de details rondom de uitvoering regelen. Zo kwam de list met het turfschip tot stand, er werden manschappen Breda binnen gesmokkeld die de tegenstander daar onschadelik maakten.

Filips II maakte de fout Parma zijn werk niet te laten afmaken. Hij mengt zich in Britse en Franse aangelegenheden waardoor zijn positie in de Nederlanden verzwakt: Parma moet elders gaan vechten. Spanje verzwakt financieel. De Staten-Generaal zorgt voor een goede verstandhouding met Frankrijk en Engeland. De Thornse goederen in de Baronie van Breda, waaronder die in Meerle en Baarle, worden door de Raad van State belast met de vijfde penning. Later zelfs met de dubbele vijfde penning. Protesten van de abdij brengen in 1609 Prins Maurits ertoe de besturen van de dorpen in de Baronie van Breda de opdracht te geven voortaan van die dubbele belasting af te zien.

Op 2 april 1593 veroveren geuzen uit het garnizoen van Breda door middel van de list met de "soetelaar" het kasteel van Turnhout. Een soetelaar levert met zijn kar bier aan het kasteel en stopt op de ophaalbrug. Hij stoot een schildwacht in het water. Dit is het sein voor de soldaten die zich verborgen hadden in een nabijgelegen, afgebrande woning. Zij nemen het kasteel in. Vier maanden later worden ze weggejaagd door Mondragon. De pastoor van Alphen, Mattheus Antonii Gorissen van Iersel, moest vluchten in 1594 voor het krijgsvolk en zat zes weken gevangen in het kasteel van Turnhout. Batterijen van prins Maurits bestoken tevergeefs met meer dan 100 kanonschoten het kasteel van Turnhout. Aartshertog Albrecht trekt 4000 man voetvolk en 500 ruiters samen te Turnhout in 1597. De troepen staan o.l.v. graaf Varax. De Staatsen bemerken het gevaar: zij vrezen voor een aanval op Breda of Bergen-op-Zoom. Op 22 januari arriveert prins Maurits van Nassau prins van Oranje en StadhouderMaurits in Geertruidenberg met 5000 man infanterie, 1000 ruiters, 150 schepen, 80 wagens met ammunitie en voedsel, twee halve kartouwen en twee veldstukken met een bespanning van 100 paarden. Op 23 januari komt een deel van dit leger aan in Ravels. Op 24 januari verlaat Varax Turnhout. Hij vlucht naar Herentals. Het vluchtende leger wordt achtervolgd en verslagen door de Staatsen. Varax sterft tesamen met honderden soldaten, mogelijk zelfs 2000. 's Namiddags verovert Maurits het kasteel van Turnhout. De Noordelijke vleugel brandt volledig af. Het kasteel wordt vervolgens door beide partijen neutraal verklaard: de benedenvensters en de poort worden toegemetseld, de ophaalbrug wordt afgebroken. Het gebouw wordt verwaarloosd en vervalt tot een ruïne. Het ligt in puin tot na 1649.

Frankrijk en Spanje sluiten vrede in 1598. Filips II huwt zijn dochter Isabella uit aan Albrecht van Oostenrijk en schenkt hen de Nederlanden als bruidschat. Bij kinderloos overlijden zouden de gewesten aan Spanje terugvallen. Filips II sterft. Het Spaanse leger betaalt zijn soldaten slecht en op twee jaar tijd breken er twintig opstanden uit. Italiaanse troepen van het Spaanse leger beginnen te muiten. Twee jaar lang bezetten zij het kasteel van Hoogstraten en roepen er de Unie van Hoogstraten uit in1602. Hun plundertochten voeren hen naar Antwerpen, Namen en Aken. Ze logeren zowel op het kasteel als in de Vrijheid. Elk huis herbergt zo'n 50 à 100 soldaten.

In 1603 te Hoogstraten sterven 103 mensen aan de pest: 50 volwassenen, 23 kinderen, 24 soldaten en 6 soldatenkinderen. Het kerkhof ligt vol nieuwe graven zodat er die zomer geen gras wordt verkocht. Het is niet duidelijk welke ziekte deze pest juist is, er gaan verqchillende theoriën over de ronde. Prins Maurits van Nassau (N) valt met zijn leger Hoogstraten binnen en drijft graaf Frederik van den Bergh (Z

) met het leger van de Spaanse koning (de Italiaanse muiters?) op de vlucht. Hoogstraten wordt "verminkt" door het krijgsvolk (N). Het kasteel wordt belegerd en ontzet door graaf Maurits van Nassau. Als gevolg daarvan worden in Minderhout vruchten en granen geplunderd: het dorp wordt volledig geruïneerd. De pastorij met de schuur worden vernield en de pastoor kan zijn belastingen niet meer betalen. Hij vraagt aan de Staten der Verenigde Nederlanden om kwijtschelding voor de jaren 1603 en 1604. Op 26 juli t603 trekt een leger van de Hertog van Brabant (Z) van Westmalle naar Hoogstraten. Het bestaat uit 8 à 9.000 paarden en ontelbaar voetvolk. Huizen en veldvruchten worden vernield. Bijna de gehele stad brandt af. Maurits wordt verjaagd. Het krioelt van de wolven in de regio. Er heerst hongersnood.

pestkerkhof2In 1604 brak in Alphen, na in Turnhout, ook de pest uit, hele gezinnen stierven uit en deze moesten op last van de bange schout buitendorps begraven worden op een groot heideveld wat toebehoorde aan het klooster van Tongerloo, aan de pastoriehoef. Deze ziekte heerste er tot 1625, ongeveer 500 mensen vonden de dood, de helft van de bevolking want Alphen had toen ongeveer 1000 inwoners. Ook 2 priesters lieten het leven. Later werd aan de Boslust een monument opgericht. In 1605 is er opnieuw  pest in Turnhout, omsreeks 1606 is er ook pest in Ulicoten (tussen 1603 en 1607, wellicht in 1606)

Schijnbaar als een voorbereiding op de vrede wordt in 1609 een bestand gesloten tussen de Staten-Generaal en Albrecht, eerder tegen de zin van Stadhouder Maurits, de militaire leider van de Verenigde Nederlanden. Het bestand zou 12 jaar duren. De Republiek voelt zich reeds volkomen onafhankelijk en Maurits vreest dat Spanje zich zal versterken om na het bestand des te krachtiger aan te vallen. Besloten wordt dat iedere partij behoudt wat hij bezit. De handel herleeft en de wolweverij bloeit opnieuw. De stad Hoogstraten lokt weversgezinnen: vier jaar lang moeten de wevers er geen personele belastingen betalen. Het bestand is gunstig voor de plattelandsbevolking. Mislukte oogst "door de rijm en de kwade luchten". Volgens de kroniek van Turnhout bevriezen op 10 mei 1611 de graangewassen.

De wapenstilstand maakte echter wel een einde aan de eenheid in de Republiek. Waar Maurits van Oranje, zoon van Willem, de strijd wilde voortzetten, onder meer vanwege zijn positie als opperbevelhebber van de strijdkrachten, wilde Van Oldenbarnevelt de strijd, tijdelijk, staken omdat dit de handelspositie van de Republiek zou verstevigen. Er zijn in 1614 interne geschillen in de Republiek tussen Holland en de andere gewesten. Daarnaast brak er een religieus conflict uit, tussen remonstranten (gematigden) en contra-remonstranten (strenge Calvinisten) .waarbij Maurits (de militaire leider) en Van Oldenbarnevelt i(de voorzitter van de Staten-Generaal) ieder een andere kant kozen. Eerstgenoemde pleegde uiteindelijk een staatsgreep en rekende in de nasleep af met zijn opponenten. Johan van OldenbarneveltVan Oldenbarnevelt en zijn voornaamste medestanders, o.a. Hugo de Groot, worden in 1618 gevangen genomen. Johan van Oldenbarnevelt werd op 12 mei 1619 wegens landverraad en hoogverraad zelfs ter dood veroordeeld en op het Binnenhof geëxecuteerd, Hugo de Groot tot levenslange opsluiting veroordeeld.  Hugo de Groot vlucht van Loevestein naar Antwerpen (na een list met een boekenkist om te ontsnappen) en verblijft naar alle waarschijnlijkheid in één der herbergen van Loveren te  Baarle in de nacht van 22 op 23 maart 1621.

Later in 1621 werd de strijd met de Spanjaarden hervat. In militair opzicht werd de Republiek in deze periode aangevoerd door stadhouder Prince Frederik Hendrik and his wife Amalia van SolmsFrederik Hendrik van Oranje (de "stedendwinger"), de zeventien jaar jongere halfbroer van Maurits van Oranje die inmiddels was overleden. Frederik Hendrik, getroud met Amalia van Solms,verwierf de bijnaam ‘Stedendwinger’. Hij veroverde verschillende steden in het zuiden, waaronder ’s Hertogenbosch. De stadhouder probeerde zo een buffer tegen de Spanjaarden te creëren.

Frederik Hendrik wilde ook graag Antwerpen innemen, maar werd teruggefloten door de Staten Generaal, die bang was dat de haven met Amsterdam zou gaan concurreren. Nadat de stad in 1585 door de Spanjaarden was ingenomen, was de stad namelijk in verval geraakt. Dit had alles te maken met het afsluiten van de Schelde door de Hollanders. Als gevolg van die sluiting waren veel handelaren naar het noorden verkast. Mede hierdoor groeide Amsterdam uit tot een belangrijke handelsstad in de "gouden eeuw". Het inwonertal van Antwerpen kelderde na de val van de stad dramatisch, van ongeveer 100.000 naar 40.000.

Op 28 augustus 1624 valt Spinola (Z) onverwacht Ginneken binnen en slaat er zijn hoofdkwartier op. In 17 dagen tijd is Breda omsingeld. Drie weken lang brengt Maurits(N) met zijn leger in Made door. Daarna wijkt hij uit naar Roosendaal. Eind 1624 vertrekt hij naar Den Haag. Op 2 september vaardigen de Staten van Holland een plakkaat uit dat op 11 september Hoogstraten bereikt: het is verboden eetwaren, munitie, krijgsgereedschap, enz. te leveren aan het leger van de koning van Spanje. Dat is een streep door de rekening van Spinola: die moet zijn bevoorrading zoeken ver in het binnenland. Hij richt daarvoor een groot magazijn op in Lier en drie schanzen tussen Lier, Herentals en Turnhout. Ook in Baarle ligt er een schans ter bescherming van de voorraadkonvooien en van waaruit een bende ruiters de streek controleert. Er is weer pest in Turnhout.

Op 16 januari 1625 trekken troepen van graaf Hendrik van den Berg van Wuustwezel naar Baarle. De graaf, zijn zoon, kapitein Martijn, vier ruiters van markies Spinola, pagen, lakeien en dienaars van de graaf verteerden in Hoogstraten. Ze drinken Spaanse wijn en eten wit brood. Op 17 januari verblijft de graaf in Baarle, vanwaar hij vertrok richting Meersel. Diezelfde dag worden vermoeide soldaten met een kar van Hoogstraten naar Baarle gebracht. Op 29 januari wordt opnieuw krijgsvolk per kar van Hoogstraten naar Baarle vervoerd. Op 4 en 5 februari vertoeft graaf van den Berg in Baarle. Daarna is hij in Herentals tot half februari. Op 14 februari trekt een konvooi door Meerle naar Baarle. De trommel wordt gehoord tot in Hoogstraten. Rond 16 februari leggen de belegerden in Breda een dam aan in de Mark om de hele streek onder water te zetten. De dam brak door waardoor het opzet mislukte. Op 18 februari 1625 bevindt het Spaanse leger zich ten noorden van Meerle en Baarle. In Minderhout liggen er minstens van april tot juni soldaten.

Op 24 februari verblijft Zijn Excellentie graaf van den Bergh (Z) nog steeds op het fort van Baarle. Vanuit Hoogstraten worden hem bezorgd: een kabeljauw van 35 stuivers, 100 oesters ter waarde van 2-10 en wit brood voor 2-16. In het "mandeken" bevinden zich tevens een partij oesters voor de heren Francquijn en Wyngaerden. Er ligt dan een dik pak sneeuw. Op 1 maart worden twee soldaten aangebracht die bevroren zijn. Op 10 maart ligt de sneeuw er nog. Op 15 maart is het aan het dooien en staan de wegen onder water. Die dag vallen 17 soldaten uit Baarle Hoogstraten binnen en verteren er voor 9-7, uiteraard zonder ervoor te betalen. In Breda begint hongersnood te heersen.  Op 4 april huwt Frederik Hendrik van Nassau met Amalia van Solms. Op 16 april wordt in Hoogstraten de moordenaar van een soldaat opgehangen. Verscheidene mensen worden in de buurt overvallen en "uitgeschud". Ook in mei zijn de wegen nog onveilig.

In Den Haag sterft Maurits van Nassau op 23 april 1625. Hij wordt opgevolgd door Frederik Hendrik. Breda geraakt steeds meer zonder munitie en voedsel. Op 2 mei werden paarden naar Lier en Herentals overgebracht: ze waren niet meer nodig aan het front. Breda zou weldra van uitputting door de knieën gaan. Graaf van den Berg zendt twee karren naar Antwerpen voor proviand en wijn: eens de overgave van Breda een feit is, moet er duchtig worden gevierd. Drie soldaten worden naar Brussel gezonden om te melden dat de overgave van Breda nakend is. In het leger heerst een opgewekte stemming.

Op 27 mei wordt bericht dat prins Frederik Hendrik (N), die Breda ter hulp is gekomen en bij Dongen zijn kamp heeft opgesteld, zich terugtrekt naar Loon-op-Zand. Hij probeerde vruchteloos de stad te ontzetten. De situatie in Breda is hopeloos: de rantsoenen brood en meel zijn bijna uitgeput. Veel inwoners sterven van honger en pest. Op 29 mei mag graaf van den Berg met de inwoners van Breda onderhandelen over de overgave van de stad. De Hoogstraatse schepenen vragen Van den Berg om de plakkaten welke de toevoer van levensmiddelen naar het Spaans leger verbieden, voor wat de Vrijheid betreft, te doen opheffen.

Na negen maanden belegering worden op 2 juni de vredesvoorwaarden aanvaard en het verdrag ondertekend. Op 5 juni trekken de troepen van de koning van Spanje Breda binnen. Op het schilderij van Velasquez "Las Lanzas" pronkt de ruiterij van graaf van den Berg met haar lange lanzen. Op 6 juni wordt Aartshertogin Isabella plechtig onthaald op het stadhuis van Breda. Tot 1637 zou Breda in handen van de Spaanse koning blijven, zie ook verder. Reeds op 6 juni begonnen de troepen zich terug te trekken. In Hoogstraten passeerde de hertog van Anholt. In de Republiek is iedereen diep onder de indruk van het verlies van Breda.

In Hoogstraten sterven vanaf 15 juli zes weken lang elke dag mensen aan de pest. Dagelijks passeren er zieke soldaten. Ook veel paarden komen om het leven. Meester chirurgijn Adriaen en de andere dokters verlaten de stad en vluchten met de schout, de drossaard en enkele schepenen (het rijke volk) naar Antwerpen. Drie schepenen sterven en de vorster is al sedert 17 april dood en niet vervangen. Pastoor Jan Verpoorten reist kort na 20 juli naar Mechelen om daar te sterven van de pest. Zijn opvolger Antonius van Mol houdt het na twee weken al voor bekeken. Eerst op 13 september komt er een nieuwe pastoor, Jan van Issem. Op 7 oktober wordt ook hij aangetast. Twee dagen lang lijdt hij aan een neusbloeding waarna hij overlijdt. Zonder burgerlijk en geestelijk gezag is de situatie onhoudbaar in Hoogstraten. Burgemeester Marten van Geel roept de hulp in van vrouw Aertssen, een pestmeesteres uit Zundert. Voor haar komst zijn er al 97 doden begraven (normaal 20 doden per jaar). Vanaf 19 augustus zal ze om de andere dag naar Hoogstraten komen om de zieken te verzorgen. De Minderhoutse vorster Lenaert en Peeter Hansen helpen haar daarbij. Ze verkocht elke patiënt drankjes voor een bedrag van 2-10. Uit die tijd is een Hoogstraats recept tegen de pest bewaard gebleven: "Men neme voor 2 stuiver olie van anijs, jeneverbessen en zoete amandelen. Meng met wijn of brandewijn en ga dan zitten voor een heet vuur, gestookt met eikenhout, totdat het zweet uitbreekt en kruip dan onmiddellijk in bed." Hete wijn wordt wel vaker voorgeschreven tegen de pest. De landdeken, E.H. Ivo Van den Heuvel van het Turnhouts begijnhof, schrijft gebeden voor tegen de pest. Op 22 september komt vrouw Aertssen afrekenen. Er wordt haar 45 gulden betaald voor bewezen diensten. Bij haar vertrek is de pest nog niet verdwenen. Er zijn dan al 111 doden begraven. In Minderhout sterven 95 parochianen, waarvan 83 aan de pest (gemiddeld sterven er jaarlijks slechts 6 inwoners). Verder sterven aan de pest ook een edelman uit het leger, een soldaat en een soldatenvrouw. De pest breekt uit op 19 juli. Geen dokter of geneesmiddel vermag er iets tegen. Iedereen, uren in 't ronde, is in paniek. Niet zonder reden, want ook Wortel, Meerle, Ulicoten, Baarle en Turnhout worden door de pest getroffen. Twee derden van de landerijen blijven onbebouwd, renten kunnen niet meer worden betaald en armoede heerst overal. In Turnhout is het stadsbestuur de stad ontvlucht en vergadert tijdelijk in Vosselaar.

In Baarle vallen er in in de tweede helft van1625 maar liefst 91 doden te betreuren. Ook pastoor Cornelius de Graeve wordt besmet bij het bezoeken van een pestlijder en sterft aan de gevolgen. Ook de eerste maanden van 1626 sterven er veel mensen: 151, waarvan 54 in januari en februari. Meerle telt geen 500 inwoners meer (1.260 omtrent 1525)

Op 12 maart 1626 komt de schepenbank van Hoogstraten voor de eerste keer na de pesttijd opnieuw bijeen. Normaal bestaat ze uit 15 personen, waarvan er nog slecht 4 overschieten: de burgemeester, twee schepenen en één gezworene. In de stad wonen nog 14 gezonde werkende mannen, . Op 20 april werd een telling gehouden. Er verblijven dan 21 gezinnen, o.a. arme ambachtslieden (o.a. kleermakers, kuipers, schoenlappers en metsers), handwerkers en behoeftigen die van aalmoezen moeten leven, enz. In totaal zijn er 70 communicanten (bewoners boven de 12 jaar, dienstboden niet meegerekend), waarvan slechts14 gezonde werkende mannen. Niet meer dan 8 bunderen land zijn bezaaid (672 are). Slechts 27 huizen zijn bewoonbaar, de andere zijn afgebroken of dreigen bij de minste storm ineen te storten. Deze schamele bevolking wordt nog dagelijks lastig gevallen om eten en drinken en soms met geweld uitgeschud en beroofd door de militaire konvooien die vanuit Lier of Herentals optrokken naar Breda.

Piet Hein verovert in 1628 de Spaanse Zilvervloot waardoor Spanje in financële moeilijkheden geraakt. Er is ook op het Iberisch schiereiland volop strijd om gebieden en macht. Dat begunstigt de aanval van Frederik Hendrik op Brabant en Limburg. Inname van 's Hertogenbosch in 1629 door 120.000 soldaten van Frederik Hendrik na een lang beleg en na pogingen van de Spanjaarden om met behulp van de Oostenrijks-keizerlijke troepen de stad te ontzetten.

De Verenigde Nederlanden sluiten in 1635 een verbond met Frankrijk om de Spanjaarden ook uit de Zuidelijke Nederlanden te verdrijven. in het jaar erna begint een Retorsieperiode begint in de Meierij van 's Hertogenbosch: Noordelijke troepen overvallen menigmaal Rooms-Katholieke burgerlijke en geestelijke overheden, die gevangen worden genomen. Na de overval kunnen de gijzelaars worden vrijgekocht. Drie jaar lang leven de pastoors ondergedoken. In 1637 werd Siege of Breda in 1637 by Frederick Henry Breda Obsessa et Expvgnata J.BlaeuBreda belegerd door de troepen van Frederik Hendrik. De pogingen om de Spanjaarden volledig uit de Zuidelijke Nederlanden te verdrijven, mislukken. Alleen enkele grensvestingen worden ingenomen: Breda komt terug in handen van de Staatsen. Antwerpen kon niet worden veroverd en Roermond en Venlo vielen terug in Spaanse handen.

Voltooiing van het raadhuis van Baarle-Nassau aan de Singel in 1639. Kasteel Bruheze in Baarle wordt "uijt sijn ruinen ende water met sijn torens" heropgebouwd in 1642 door schout Adriaan Verelst.

Frederik Hendrik, de echtgenoot van Amalia van Solms, overlijdt op 14 maart 1647. Amalia van Solms sluit op 8 januari en 27 december 1647 twee akkoorden met de vertegenwoordigers van de koning van Spanje, waardoor zij o.a. het land van Turnhout als een leen krijgt toegewezen. Bij de Vrede van Münster worden deze voorakkoorden bevestigd in het uiteindelijke vredesverdrag. Spanje verarmt zienderogen en wil vrede. Ook de Zuidelijke Nederlanden willen vrede: ze geraken steeds dieper in verval. Ook de Verenigde Nederlanden willen vrede: ze hebben liever het zwakke Spanje als buur dan het groeiende Frankrijk. De Noordnederlandse handel heeft er belang bij dat Antwerpen met zijn haven op het achterplan blijft. Frederik Hendrik wordt ernstig ziek en sterft. Willem II volgt hem op.

Verkondiging van de Vrede in AntwerpenIn 1648 luidt de acte waarbij de vrede wordt getekend:  "Articulen en conditien van den Eeuwigen Vrede geslooten tusschen den Groot-machtigen Koninck van Hispaignen/etc. ten eender/ ende de hoog-mogende Heren Staten Generael der Vereenigde Nederlanden/ ten ander zijde onderteijckent en bezegelt den 30sten januarij 1648 Tot Münster..." De Republiek wordt een geheel zelfstandige, vrije staat. De grens wordt getekend op basis van de frontsituatie. Ook in 1830 wordt de grens opnieuw getrokken op basis van de frontsituatie op het einde van de 80-jarige oorlog. De grenzen tussen het huidige Nederland en België volgen voor een groot deel de frontsituatie bij het einde van de 80 jarige oorlog. Die grenzen werden na de afscheidng van België vastgelegd in het scheidingsverdrag getekend in Londen in 1839.

De handelingen van de overwinnaar blijven niet uit:  bij verordening  van 16 juni 1648 worden de kerken gesloten en eigent de Prins van Oranje zich alle kerkelijke goederen en kerken van de Baronie van Breda toe. Schout Adriaen Verelst komt namens de prins van Oranje-Nassau beslag leggen op alle kerkelijke goederen onder de Baronie van Breda, dus ook in Baarle-Nassau. Daar is een probleem, want de Remigiuskerk ligt op Spaanse grond. Hieronder iets over de nu Belgische en Nederlandse enclaves in Baarle, die vroeger Spaans (onder de Hertog) of Nassaus waren. De grenzen waren voor onze familie Roelands, maar zeker voor de familie Boeren van belang.