Deze site gebruikt cookies als je geregstreerde gebruiker bent en inlogt

Artikelindex

Enclaves in Baarle

Op het einde van de 12e eeuw ontstond er een grensconflict tussen Hertog Hendrik I van Brabant en Graaf Dirk VII van Holland. De laatste wilde zijn invloed naar het zuiden uitbreiden, terwijl Hendrik I liever een buffer tussen zijn hertogdom en het expansieve graafschap Holland wenste. Aldus sloot de hertog een bondgenootschap met de Heer van Breda, Godfried II van Schoten. Deze werd uiteindelijk, in 1198, leenman van de hertog, maar kon in ruil daarvoor een groot stuk land aan zijn bezit toevoegen, waarin een aantal enclaves lagen die aan de Abdij van Thorn of de hertog toebehoorden. Een dergelijk patroon was in die tijd niet ongebruikelijk. In de buurt van Baarle is de grens echter nimmer gecorrigeerd, ook niet toen in 1648 de grens tussen de Spaanse en de Staatse gebieden werd vastgesteld, en al evenmin toen België zich in 1830 losmaakte van Nederland.

De enclaves speelden niet alleen staatkundig maar ook religieus een rol. Het was Amalia van Solms, de vrouw van Frederik Hendrik, die opkwam voor het behoud van de enclaves, zodat de Baarlese katholieken ook na de Vrede van Münster, in 1648, hun geloof konden uitoefenen. De Sint-Remigiuskerk bevond zich immers op het grondgebied van de Spaanse Nederlanden. Door dit alles is te verklaren, dat het centrum van Baarle, één grote en veel dicht bijeen liggende kleine enclaves te vinden zijn. De wat op afstand gesitueerde enclaves komen voort uit eenzaam gelegen akkertjes of boerderijtjes, of velden waar turf werd gewonnen in een moerassig gebied. In 1995 zijn de enclavegrenzen Rijksgrenzen geworden, die voorgoed zijn vastgesteld.

In 1661 werd bij de Raad van State van de Republiek een klacht ingediend. De regenten van Weelde en Poppel beletten de inwoners van het gehucht Groot-Bedaf het vrije gebruik van de vroente. Hierbij kregen ze de steun van de Raad van de Zuidelijke Nederlanden. Hierop liet de Raad van State een onderzoek instellen naar de grenzen tussen het Land van Turnhout en Baarle-Nassau, dat bij de Baronie van Breda behoorde. In 1667 werden de grenzen voor het eerst opgetekend. Er werden 30 enclaves onderscheiden: 22 van Baarle-Hertog, en acht van Baarle-Nassau, waarvan zeven binnen de enclaves van Baarle-Hertog en de achtste bij het gehucht Ginhoven.