Deze site gebruikt cookies als je geregstreerde gebruiker bent en inlogt

Artikelindex

Franse tijd in de regio

Na de Franse Revolutie in 1789, vielen in 1792 troepen van de Franse Republiek de Zuidelijke Nederlanden binnen. In Brabant (bestaande uit een groot deel van de huidige provincies Noord-Brabant, Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant) werden bevelen gegeven door de Raad van Brabant om de veiligheid van de wegen te waarborgen om ongewenste personen te weren. De gemeente Baarle-Hertog stelde een gewapende patrouille aan. Deze patrouille marcheerde ook over de wegen van Baarle-Nassau. De bestuurders van Baarle-Nassau dienden hierop een klacht in bij de Raad en Rekenkamer van Brabant, want ze vielen onder “staats” gezag als generaliteitsland.

In 1795 werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden omvergeworpen en de Bataafse Republiek gesticht, die de katholieken als gelijkwaardige burgers erkende. De grenzen verschoven vele malen in de Franse tijd. Het Generaliteitsland Staats-Brabant werd in 1795 een provincie, met de naam: Bataafs-Brabant, maar al in 1798 werd die opgesplitst in nieuwe departementen naar Frans model door de Franse overheersers.

Toen de Fransen onder Napoleon later het bestuur van de Nederlanden overnamen, kwam een einde aan het ancien regime, dat nog gebaseerd was op de situatie en het feodale stelsel vanuit de late middeleeuwen.

Vanuit Hoogstraten vielen de Fransen de Baronie binnen. Breda werd snel veroverd, de Hollandse stad Geertruidenberg volgde snel en werd geplunderd. Een detachement bereikte via Merksplas de heide bij Castelré. Bij Baarle-Brug werd een kamp opgeslagen. De legereenheden waren, zoals toen gebruikelijk, aangewezen op de lokale bevolking van onder andere Castelré en Merksplas. Het vee, graan en voer voor de paarden moest worden afgestaan. Nadat de troepen waren bevoorraad gingen ze via Heesboom en ten westen van Loveren en Baarle naar Boschoven om vanuit daar naar Tilburg op te trekken. De naam Franse Baan van de weg bij Boschoven herinnert nog aan deze operatie. De inwoners van gehuchten als Castelré, Heesboom en Reuth waren aangewezen op de steun van het dorpsbestuur om hun veestapel te herstellen. De gewone mensen waren vaak wel het slachtoffer van de strijd zo blijkt.

 

In Alphen zou ook een kamp van Franse troepen hebben bestaan aan de “herendreef” ten westen van Boshoven.

Bij Hoogstraten en Wuustwezel vonden in januari 1814 veldslagen plaats aan hert einde van het Napoleontische bewind over de regio. De Slag bij Hoogstraten werd op 11 januari 1814 uitgevochten tussen het Franse leger en geallieerde Pruisische, Russische en Britse troepen, ook enkele eenheden uit de Nederlanden waren vermoedelijk betrokken, aangezien die ook bij de latere slag bij Waterloo aanwezig waren. De slag was een reeks van bloedige treffen tijdens de Zesde Coalitieoorlog langs de huidige Belgisch-Nederlandse grens van Essen tot en met Turnhout. De slag werd vernoemd naar Hoogstraten als de belangrijkste stad in de regio.

Afbeelding: medaille (oktober 1814) gemaakt voor het Congres van Wenen, met vermelding van de Slag van Hoogstraten, collectie Stedelijk Museum Hoogstraten Uiteindelijk vonden de laatste veldslagen plaats in het zuiden van Brabant bij Waterloo, in het huidige België ten zuidoosten van Brussel.

 

Verloop van de slag

De geallieerden (de coalitie) kwamen op 11 januari 1814 sterk opzetten vanuit de regio Breda, uit de richting Strijbeek-Galder., via Meer en Meersel. Hoofddoel van het offensief was Antwerpen en de belangrijke haven aldaar. Vooral de strijd in het centrum van Minderhout was ongemeen hevig en hard. Met de bajonet op het geweer werd lijf-aan-lijf gevochten om het oude kerkhof in een brandend Minderhout. Ook andere gemeenten, zoals Meer, Wortel, Hoogstraten-centrum, Loenhout en Malle, deelden in de klappen. De verliezen aan beide zijden liepen hoog op. Honderden militairen werden gedood of gewond. De slag en haar nasleep hadden een grote impact voor de bevolking in de Noorderkempen. Heel af en toe duiken nog sporen op, zoals het noodgraf van een gesneuvelde enkele jaren geleden.

De slag betekende het einde van de Franse Tijd in Hoogstraten.

Na de franse tijd...

Nadat de Franse overheersing ten einde was, ontstond het nieuwe konkinkrijk der Nederlanden. Het bestuur werd hersteld en vaak bleven de lokale bestuurders, zeker in de kleinere gemeenten dezelfden die het ook in de Franse tijd waren.

Na de val van Napoleon in 1815 werd op het Congres van Wenen bepaald dat onder andere de Oostenrijkse Nederlanden en de voormalige Bataafse Republiek samengevoegd zouden worden tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Heel het gebied van het oude hertogdom Brabant werd nu weer in één staat verenigd en verdeeld in drie provinciën: Noord-Brabant, Antwerpen en Zuid-Brabant (met Brussel en Leuven). Noord-Brabant werd bij die gelegenheid uitgebreid met enkele stukken van Holland (de gebieden ten zuiden van het Hollandsch Diep en de Merwede) en de voormalige heerlijkheden Megen, Boxmeer, Gemert en Ravenstein.

De regionale bestuurlijke indeling werd weer gewijzigd en de huidige provincies ontstonden. In het zuiden bleef het Frans nog een hele tijd de bestuurlijke taal en ook in het noorden bleef een deel van de burgerij deze taal gebruiken. De Nederlandse wetgeving werd ook deels gestoeld op de code Napoléon, waardoor toen nog heel wat oorspronkelijke wetteksten in de Franse taal bleven bestaan. Een aantal zaken, zoals de registers van de burgerlijke stand en het kadaster van gronden werden overgenomen uit de Franse administratie.